Wake Up Kraainem

Actualités
Actualités
Actualités
Actions juridiques
sonomètre
Sonomètre
vents
Vents
plaintes
Plaintes
liens
Liens
inscription
Inscription
> Nederlands
NewNewNewNewNewNewNewNew  
AccueilActionsEvénementsCommuniquésPlaintesSonomètreLiensInscription  

Nederlandse versie (> [FR])

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
BEKNOPT VERSLAG - PLENUMVERGADERING

donderdag 16-06-2005 namiddag

  02 Samengevoegde vragen van

  • de heer Bart Laeremans aan de minister van Mobiliteit over "het spreidingsplan van de vluchten" (nr. P934)
  • mevrouw Simonne Creyf aan de minister van Mobiliteit over "het spreidingsplan van de vluchten" (nr. P935)
  • de heer Olivier Maingain aan de minister van Mobiliteit over "het spreidingsplan van de vluchten" (nr. P936)
  • mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Mobiliteit over "het spreidingsplan van de vluchten" (nr. P937)
  • de heer Jean-Jacques Viseur aan de minister van Mobiliteit over "het spreidingsplan van de vluchten" (nr. P938)

02.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mede door de enorme traagheid van de minister in het dossier van de lawaaihinder rond Zaventem staan we voor de totale impasse, misschien zelfs de sluiting van de luchthaven. Het is de minister zelf die deze woorden heeft gebruikt. Het komt ook door de actiegroepen, waarvan sommige een eerlijke geluidsspreiding wilden, terwijl andere werden gedreven door het nimbysyndroom.

Het Brussels Gewest gedraagt zich in dit dossier als een actiegroep en is naar de rechtbank gestapt om het spreidingsbeleid, dat in het regeerakkoord staat, onmogelijk te maken.

De fanatieke minister Huytebroeck wil de afgang van mevrouw Durant wreken. Ze wil dat het spreidingsplan ongedaan wordt gemaakt en dat Zaventem een veredeld Deurne wordt. Zij wordt in Brussel gesteund door cdH, maar ook door VLD, sp.a-spirit en PS. Het gaat om een belangrijk dossier waar tienduizenden banen van afhangen, maar de partij van minister Landuyt speelt dubbel spel.

Zullen sp.a-spirit, VLD en PS het spreidingsbeleid uit het federale regeerakkoord steunen en zeggen ze bijgevolg het vertrouwen op in minister Huytebroeck?

02.02 Simonne Creyf (CD&V): Wij zijn ontzettend boos en ontgoocheld. De vraag rijst of na DHL nu ook de luchthaven van Zaventem moet verdwijnen. Men speelt met het werk van meer dan 60 000 mensen. Volgen we alle arresten, onderling in tegenstelling, dan worden weekend- en nachtvluchten onmogelijk. Paars heeft ongelooflijk geknoeid.

De Vlaamse geluidsnormen maken het voortbestaan van de luchthaven mogelijk. Bovendien pleit Vlaanderen voor overleg en een goed samenwerkingsakkoord. De geluidsnorm van 45 decibel in Brussel is te laag. Bovendien is minister Huytebroeck tegen de spreiding.

Minister Landuyt verwijst te makkelijk naar de autonomie van de Gewesten. Geluidsnormen zijn een gewestelijke bevoegdheid, maar de spreiding staat in het federale regeerakkoord. De federale overheid moet ingrijpen als de luchthaven die ze beheert wordt bedreigd.

Wat zal de minister doen? Vroeg hij de Brusselse regering formeel om de geluidsnormen aan te passen? Put hij alle wettelijke middelen uit om het Brussels Gewest over de brug te laten komen? Bevestigt hij dat een billijk en rechtvaardig spreidingsplan niet ter discussie staat? Zal zijn wetsontwerp een oplossing bieden en is het de bevestiging van een samenwerkingsakkoord met de Gewesten?

02.03 Olivier Maingain (MR): Door de recente rechterlijke beslissingen van het hof van beroep te Brussel en van de Raad van State is het plan-Anciaux zo lek als een zeef geworden en zijn de gaten erin niet meer te dichten. Dat plan biedt onvoldoende rechtsgrond omdat het zonder overleg met de Gewesten tot stand is gekomen en geen rekening houdt met objectieve criteria, zoals de bevolkingsdichtheid en de gevaren verbonden aan het gebruik van bepaalde banen. Kortom, dat plan kan niet langer aan de basis liggen van het luchtvaartbeleid boven Brussel en de rand.

Ik wens dat er ernstige onderhandelingen met de andere Gewesten worden opgestart. Een oplossing is niet mogelijk zonder het akkoord van de twee betrokken Gewesten. Eventueel kan ook het Waalse Gewest bij de onderhandelingen worden betrokken, zij het om andere redenen.

Maar om de onderhandelingen in goede banen te leiden moet de regering minstens de krijtlijnen uittekenen.
Op de eerste plaats moet ze beslissen dat het plan-Anciaux geen basis voor de onderhandelingen vormt.

Vervolgens – en hiermee komt men tegemoet aan de eisen van een toenemend aantal politici – moet men, al was het maar voorlopig, terugkeren naar de toestand zoals die bestond vóór het ministerschap van mevrouw Durant. Zelfs mevrouw Huytebroeck dringt daar op aan.

Ten derde moeten de Gewesten een duidelijk en eensgezind standpunt innemen.

Tot slot zal er ongetwijfeld over de vestiging van een nieuwe internationale luchthaven voor België op een andere locatie moeten worden nagedacht.

Mijnheer de minister, is u bereid om deze denkpistes te verkennen vooraleer u een wetsontwerp opstelt?

02.04 Karine Lalieux (PS): We bespreken hier het zoveelste arrest van het hof van beroep en weer een ander advies van de Raad van State die beide het spreidingsplan-Anciaux veroordelen.

Om het karikaturaal te stellen: het gerecht volgt zelf een spreidingsplan vermits de diverse adviezen en arresten elkaar tegenspreken. Als men ze zou toepassen, kan er geen enkel vliegtuig meer opstijgen vanuit Brussel-Nationaal.

Dit nieuwe arrest van het hof van beroep roept een nieuw probleem op, namelijk de naleving van artikel 23 van de Grondwet in verband met het welzijn van de burgers. Dat artikel bepaalt onder meer dat iedereen recht heeft op de bescherming van een gezond leefmilieu.

We zouden graag een antwoord krijgen van de regering op dit argument.

We steunen u in uw voornemen om hierover een kaderwet op te stellen, maar het mag niet de bedoeling zijn het spreidingsplan te betonneren. Over die wet moet overleg worden gepleegd met alle betrokken partijen en met het Brusselse en het Vlaamse Gewest.

Bent u bereid de Gewesten te raadplegen alvorens die kaderwet, die zal moeten steunen op een geluidskadaster dat door de Gewesten en de federale Staat wordt aanvaard en goedgekeurd, uit te werken? Ik pleit zelf ook voor een terugkeer naar de toestand van voor Anciaux en Durant, in 1999. Er waren toen veel minder problemen. Een terugkeer naar de toestand van toen is wenselijk om tot een oplossing te komen die een evenwicht tussen de economische groei en de gezondheid van de burgers waarborgt.

02.05 Jean-Jacques Viseur (cdH): Morgen worden in de vertrekhal van Brussel-Nationaal wellicht rechterlijke beslissingen in plaats van vluchten aangekondigd. Elke dag wordt er immers wel een vonnis geveld.

Het plan-Anciaux is dus dood en begraven. U moet nu reageren, niet door een publieke bekentenis van onmacht af te leggen, maar door rekening te houden met de aanwijzigingen die in die rechterlijke beslissingen worden gegeven.

U pleit voor een akkoord met de Gewesten, dat echter niet tegen artikel 23 van de Grondwet mag indruisen. Wij vinden ook dat er een stand still-verplichting bestaat voor de reeds vastgelegde normen, die al minder strikt dan de voorschriften van de WGO zijn. Het kader waarbinnen moet worden onderhandeld, is dus eenvoudig: ofwel keert men terug naar de toestand van vóór 1999, ofwel beslist men in overleg met de Gewesten over een nieuwe spreiding.

Een machteloze minister is een minister die geen andere uitweg ziet dan op te stappen. Ik wil niet dat u opstapt maar dat u vooruitgaat, niet in de rechtszaken maar in de goede richting, zodat u een oplossing kan vinden.

02.06 Minister Renaat Landuyt (Frans): Ik zal mijn antwoord in drie delen opsplitsen.

(Nederlands) Artikel 23 van de Grondwet garandeert alle Belgen het recht op een goede gezondheid. Dit artikel werd door verschillende rechtbanken geïnterpreteerd, waarbij steeds werd vastgesteld dat lawaai afkomstig van vliegtuigen schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Omdat elke klager van de rechtbank gelijk krijgt, moet de federale regering een wettelijk kader hebben om op te treden met respect voor het recht op gezondheid in de buurt van een luchthaven.

(Frans) Naast het vliegverbod boven de Oost- en de Noordrand zal vanaf deze week het overvliegen van Brussel onmogelijk worden.

In haar recente beslissing oordeelt het hof van beroep te Brussel dat de door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vastgelegde geluidsnormen een correcte vertaling zijn van het recht op gezondheid dat door artikel 23 van de Grondwet gewaarborgd wordt. Dit is een nieuwe stap.

Het vaststellen van geluidsnormen behoort tot de bevoegdheid van de Gewesten en niet van de federale overheid.

(Nederlands) De concrete toepassing van het grondwettelijke recht op gezondheid vraagt om de uitwerking van geluidsnormen. Momenteel bestaan die niet in Vlaanderen, maar wel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die normen zijn echter zo streng dat ze vliegen over Brussel niet toelaten, wat onmogelijk te vermijden is bij vluchten van en naar Zaventem.

Er moet een wet komen zodat de regering op normen en een evenwicht tussen het belang van de luchthaven en de individuele gezondheid kan steunen. Dan hebben we nog niet de bevoegdheid om de geluidsnormen te regelen. Indien de Vlaamse regering geen geluidsnormen invoert, kan een Vlaming haar in gebreke stellen, aangezien Vlamingen en Brusselaars dan niet hetzelfde grondwettelijk bepaalde recht op gezondheid hebben.

(Frans) Ik pleit voor een akkoord tussen de verschillende betrokken Gewesten, tussen de Brusselaars en de Vlamingen, of beter nog: tussen alle Belgen! (Geroep op verscheidene banken).

Een dergelijk akkoord is echter absoluut onmogelijk als de partijen niet bereid zijn tot dialoog.

Mevrouw Huytebroeck verwijt mij dat ik niet met haar wil spreken. Zij zou wel de eerste vrouw zijn die mij dat verwijt (Glimlachjes).

In antwoord daarop wil ik haar erop wijzen dat het aanspannen van een proces de beste manier is om elke poging tot dialoog te belemmeren. Wanneer uw eigen vrouw naar de rechtbank stapt, wordt het ook moeilijk om met haar te praten. Om te voorkomen dat een tijdbom onder het dossier wordt gelegd, nodig ik mevrouw Huytebroeck uit me een teken te geven.

(Nederlands) Ik vraag dan ook dat de Brusselse regering een teken geeft. Als ze niet betekent, plaatst ze geen tijdbom onder de luchthaven.

(Frans) De Gewesten zullen dus beslissen of ons land zijn nationale luchthaven zal behouden. Eens zij erin slagen een akkoord te bereiken, niet alleen onder elkaar maar ook in hun respectieve regeringen, zal ik me bij hen aansluiten.

02.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): De minister maakt een analyse van het probleem, maar reikt geen oplossing aan. Minister Huytebroeck wil wraak nemen voor de invoering van het spreidingsplan en wil de luchthaven schaden. Waarom wordt zij nog door de sp.a en door de VLD op Brussels niveau ondersteund?

De minister gedraagt zich als een bedelaar tegenover het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook de MR en de PS hebben gezegd dat er geen sprake kan zijn van een spreidingsplan en willen terugkeren naar de situatie van voor 1999. Die uitspraken blazen het regeerakkoord op.

02.08 Simonne Creyf (CD&V): Er moet een oplossing komen voor dit probleem, want de werkgelegenheid van meer dan 60 000 mensen staat op het spel. De situatie wordt ook onhoudbaar, aangezien de processen van de Noord- en de Oostrand tegen elkaar zijn gericht, terwijl ze ook tegen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ageren. Ook de regeringen onderling voeren een juridische strijd.

De minister moet niet volgzaam vragen stellen, maar moet als beheerder van de federale luchthaven een billijk spreidingsplan opstellen en alle middelen inzetten om dat te realiseren. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet zijn geluidsnormen aanpassen. We verwachten meer kordaatheid.

02.09 Olivier Maingain (MR): We zullen ongetwijfeld nog de gelegenheid hebben om de rechtspraak in de commissie te analyseren.

Ik zal hier twee belangrijke elementen uit het arrest van het hof van beroep toelichten.

Ten eerste, bekrachtigt het arrest het besluit van de heer Gosuin uit 1999 inzake de bestrijding van de geluidsoverlast op grond dat de vastgestelde normen primo de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie in acht nemen en secundo dat ze de federale bevoegdheid over de luchtverkeersafhandeling niet aantasten.

Ten tweede, vóór de invoering van het plan-Anciaux heeft de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het besluit van 1999 geschorst om de dialoog met de federale overheid niet te bemoeilijken.

Zolang niet wordt aangekondigd dat het plan-Anciaux niet langer het referentiekader vormt, kan het Brusselse Gewest zich niet toeschietelijker opstellen.

02.10 Karine Lalieux (PS): We kunnen niet aanvaarden dat het wetgevend initiatief enkel van de federale regering uitgaat. De regering moet contact opnemen met mevrouw Huytebroeck.

02.11 Jean-Jacques Viseur (cdH): U zegt dat er nog moeilijk kan worden onderhandeld eens procedures zijn opgestart.

Maar gescheiden koppels kunnen zich verzoenen. Als u het plan-Anciaux als basis voor de onderhandelingen met het Brussels Gewest neemt, is u tot mislukken gedoemd. U moet vanuit een gezonde basis vertrekken om de dialoog mogelijk te maken.

Het incident is gesloten.

Version française (> [NL])

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE
COMPTE RENDU ANALYTIQUE - SÉANCE PLÉNIÈRE

jeudi 16-06-2005 après-midi

02 Questions jointes de
  • M. Bart Laeremans au ministre de la Mobilité sur "le plan de dispersion des vols" (n° P934)
  • Mme Simonne Creyf au ministre de la Mobilité sur "le plan de dispersion des vols" (n° P935)
  • M. Olivier Maingain au ministre de la Mobilité sur "le plan de dispersion des vols" (n° P936)
  • Mme Karine Lalieux au ministre de la Mobilité sur "le plan de dispersion des vols" (n° P937)
  • M. Jean-Jacques Viseur au ministre de la Mobilité sur "le plan de dispersion des vols" (n° P938)

02.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dans le dossier des nuisances sonores générées par l’aéroport de Zaventem, l’invraisemblable lenteur dont a fait preuve le ministre a contribué à nous mener dans l’impasse totale. Peut-être même faudra-t-il fermer l’aéroport. Ces propos ont été tenus par le ministre lui-même. Cette situation est également due à l’attitude des groupes d’action dont certains souhaitaient une répartition équitable du bruit, alors que d’autres souffraient du syndrome Nimby.

La Région bruxelloise se comporte comme un groupe d’action dans ce dossier et a saisi le tribunal pour rendre inapplicable la politique de dispersion qui figure dans l’accord de gouvernement.

La fanatique ministre Huytebroeck veut venger la chute de Mme Durant. Elle exige l’annulation du plan de dispersion et veut transformer Zaventem en un Deurne à peine amélioré. A Bruxelles, elle est soutenue par le CdH mais aussi par le VLD, spa.a-spirit et le PS. Il s’agit d’un dossier important dont dépendent des dizaines de milliers d’emplois mais le parti du ministre Landuyt joue un double jeu.

Sp.a-spirit, le VLD et le PS soutiendront-ils le plan de dispersion tel qu’il était défini dans l’accord de gouvernement et retireront-ils par conséquent leur confiance à la ministre Huytebroeck ?

02.02 Simonne Creyf (CD&V): Nous sommes très irrités et profondément déçus. La question est maintenant de savoir si après DHL, ce n’est pas l’aéroport de Zaventem qui est condamné à disparaître. Or Zaventem représente plus de 60.000 emplois. Si nous suivions tous les arrêts, qui se contredisent les uns les autres, il ne pourrait plus y avoir de vols le week-end et la nuit. La coalition violette a cafouillé de façon incroyable.

Avec les normes de bruit en vigueur en Flandre, l’aéroport pourrait survivre. En outre, la Flandre plaide en faveur d’une concertation et d’un bon accord de coopération. La norme de bruit de 45 décibels en vigueur à Bruxelles est trop basse. De plus, la ministre Huytebroeck est opposée à la dispersion.

Le ministre Landuyt se réfère trop facilement à l’autonomie des Régions. Les normes sonores constituent une compétence régionale, mais la répartition est inscrite dans l’accord de gouvernement fédéral. Les autorités fédérales doivent intervenir si l’aéroport qu’elles gèrent est menacé.

Que compte faire le ministre ? A-t-il formellement demandé au gouvernement bruxellois d’adapter les normes sonores ? Exploite-t-il tous les moyens légaux pour contraindre la Région bruxelloise à s’exécuter ? Confirme-t-il qu’on ne remet pas en cause la nécessité d’un plan de dispersion juste et équitable ? Son projet de loi offrira-t-il une solution et constitue-t-il la confirmation d’un accord de collaboration avec les Régions ?

02.03 Olivier Maingain (MR) : Les dernières décisions de justice, de la Cour d'appel de Bruxelles et du Conseil d'État, font du plan Anciaux un manteau troué et impossible à rapiécer. Ce plan n'a pas de fondement juridique suffisant car il n'a pas été concerté avec les Régions et ne prend pas en compte des critères objectifs, comme la densité de la population et les dangers de l'utilisation de certaines pistes. Bref, ce plan ne peut plus être le fondement de la politique aérienne au-dessus de Bruxelles et de sa périphérie.

Je souhaite qu'une négociation sérieuse s'engage avec les autres Régions. Il n'y a pas de solution sans accord avec les deux Régions concernées, voire avec la Région wallonne, à un autre titre.

Mais pour cela, il faut que le gouvernement fédéral propose des orientations.

D'abord, il faut déclarer que le plan Anciaux n'est pas la base des négociations.

Ensuite – comme le demandent de plus en plus de responsables politiques – revenir, même à titre transitoire, à la situation d'avant l'époque de Mme Durant. Même Mme Huytebroeck le souhaite.

Troisièmement, les Régions devront exprimer une position claire et unanime.

Enfin, il faudra sans doute réfléchir à la création d'un autre aéroport international pour la Belgique, en un autre lieu.

Monsieur le ministre, êtes-vous prêt, avant de venir avec un projet de loi, à souscrire à ces pistes ?

02.04 Karine Lalieux (PS) : Nous sommes donc occupés à commenter un énième arrêt de la Cour d'appel ou un avis du Conseil d'État qui condamnent le plan de dispersion de M. Anciaux.

De manière caricaturale, on pourrait dire que la justice se disperse un peu, puisque les différents avis et arrêts sont contradictoires. Si on voulait les appliquer, plus aucun avion ne décollerait de Bruxelles.

Ce nouvel arrêt de la Cour d'appel pose un nouveau problème, celui du respect de l'article 23 de la Constitution, relatif au bien-être de nos concitoyens. Cet article dispose notamment que chacun a droit à la protection d’un environnement sain.

Nous souhaiterions que le gouvernement réponde à cet argument.

Nous soutenons votre volonté d'élaborer une loi-cadre en la matière, mais pas pour bétonner le plan de dispersion. Cette loi doit être concertée entre toutes les parties et avec les Régions bruxelloise et flamande.

Acceptez-vous de consulter les Régions avant d'élaborer cette loi-cadre, qui devra reposer sur un cadastre de bruit accepté et adopté par elles et par l'État fédéral ? Moi aussi je plaide en faveur d’un retour à la situation d'avant Anciaux et Durant, en 1999. Il y avait beaucoup moins de problèmes à cette époque. Nous devrions y retourner pour trouver une solution équilibrée entre le développement économique et la santé de nos concitoyens.

02.05 Jean-Jacques Viseur (cdH) : On peut craindre que, demain, les panneaux à Bruxelles-National ne concernent plus les vols mais les décisions de justice, qui commencent à s'accumuler.

Il faut donc constater la mort du plan Anciaux. Vous devez y répondre, non par un aveu d'impuissance mais par la prise en compte des indications données par ces décisions de justice.

Vous plaidez pour un accord avec les Régions, mais il faut aussi respecter l'article 23 de la Constitution. Nous pensons aussi qu'il y a une obligation de "stand still" par rapport aux normes adoptées, déjà moins strictes que celles de l'OMS. Le cadre des négociations est simple : un retour à la situation d'avant 1999 ou une situation négociée avec les Régions.

Un ministre impuissant, c'est un ministre qui n'a d'autre solution que de partir. Je ne souhaite pas que vous partiez mais que vous avanciez, non devant les tribunaux mais dans la bonne direction pour trouver une solution.

02.06 Renaat Landuyt, ministre (en français) : Je vais répondre en trois étapes.

(En néerlandais) L’article 23 de la Constitution consacre le droit à la santé pour tous les Belges. Cet article a été interprété par différents tribunaux, qui ont constaté à chaque fois que le bruit provoqué par les avions peut être nocif pour la santé. Puisque les tribunaux ont donné raison à tous les plaignants, le gouvernement fédéral doit disposer d’un cadre légal qui lui permette d’intervenir dans le respect du droit à la santé des riverains d’un aéroport.

(En français) A dater de cette semaine et outre l’interdiction des vols vers l’Oostrand et le Noordrand, le survol de Bruxelles sera impossible.

Dans sa récente décision, la Cour d’Appel de Bruxelles dispose que les normes de bruits établies par la Région de Bruxelles-Capitale traduisent correctement le droit à la santé garanti par l’article 23 de la Constitution. Un nouveau pas est donc franchi.

L’établissement de normes de bruits relève de la compétence des Régions et non de celle du pouvoir fédéral.

(En néerlandais) L’application concrète du droit constitutionnel à la protection de la santé exige l’élaboration de normes sonores. Celles-ci n’existent pas en Flandre pour l’instant mais bien dans la Région de Bruxelles-capitale. Elles sont toutefois strictes au point de rendre impossible tout survol de Bruxelles, alors que celui-ci est inévitable pour les vols en provenance et à destination de Zaventem.

Une loi doit être votée pour que le gouvernement puisse se baser sur certaines normes et sur un équilibre à respecter entre l'importance que revêt l’aéroport et la santé des personnes. Mais dans ce cas nous ne serons toujours pas compétents pour fixer les normes sonores. Si le gouvernement flamand omet d'instaurer des normes sonores, les citoyens flamands peuvent le mettre en demeure étant donné que Flamands et Bruxellois ne bénéficieraient alors pas du même droit constitutionnel à la santé.

(En français) Je plaide en faveur d’un accord entre les différentes Régions concernées, entre Bruxellois et Flamands. Mieux : entre tous les Belges ! (Exclamations sur divers bancs).

Mais je souligne également qu’un tel accord requiert des partenaires réellement disposés à entamer un dialogue.

Mme Huytebroeck me reproche de ne pas vouloir parler avec elle. Ce serait bien la première femme qui me ferait un tel reproche (Sourires).

En réponse à ce reproche, je lui rappelle que le lancement d’une procédure est de nature à entraver toute tentative de dialogue. Il est difficile de parler à votre propre femme si elle entame une procédure contre vous. Donc, pour qu’aucune bombe à retardement ne vienne à s’enclencher, j’invite Mme Huytebroeck à me faire un signe.

(En néerlandais) Je demande dès lors que le gouvernement bruxellois émette un signal. S’il n’entreprend aucune action, il ne fera pas peser une épée de Damoclès sur l'aéroport.

(En français) Ce sont donc bien les Régions qui décideront du maintien d’un aéroport dans notre pays. Je me rallierai à elles lorsqu’elles parviendront à s’entendre, entre elles ainsi qu’au sein même de leurs gouvernements respectifs.

02.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Le ministre fait l’analyse du problème mais n’apporte aucune solution. Mme Huytebroeck veut prendre sa revanche sur l’instauration du plan de dispersion et nuire à l’aéroport. Pourquoi le sp.a et le VLD la soutiennent-ils encore à l’échelle bruxelloise ?

Le ministre se comporte comme un mendiant vis-à-vis de la Région de Bruxelles-Capitale. Le MR et le PS ont également déclaré qu’il ne peut être question d’un plan de dispersion et souhaitent revenir à la situation d’avant 1999. De telles déclarations torpillent l’accord de gouvernement.

02.08 Simonne Creyf (CD&V): Ce problème doit impérativement être résolu alors que plus de 60 000 emplois sont en jeu. La situation devient par ailleurs intenable étant donné qu’au tribunal, les exigences de la périphérie Nord et de la périphérie Est sont inconciliables, et que leur action s’oppose également à la Région de Bruxelles-Capitale. Les gouvernements mènent également une bataille juridique entre eux.

La mission du ministre n’est pas de poser docilement des questions mais bien d’établir, en tant que gestionnaire de l’aéroport fédéral, un plan de dispersion équitable et de mettre tout en œuvre à cette fin. La Région de Bruxelles-Capitale doit adapter ses normes sonores. Une plus grande fermeté est souhaitable.

02.09 Olivier Maingain (MR): Nous aurons certainement l’occasion d’analyser la jurisprudence en commission.

Cela étant dit, je soulignerai deux éléments importants de l’arrêt de la Cour d’appel.

Premièrement, ce dernier valide l’arrêté de 1999 de M.Gosuin relatif à la lutte contre les nuisances sonores aux motifs, d’une part, que les normes fixées sont respectueuses de celles établies par l’Organisation Mondiale de la Santé et, d’autre part, qu’elles n’entravent pas la compétence fédérale en matière de gestion du trafic aérien.

Deuxièmement et préalablement à l’introduction du plan Anciaux, l’arrêté de 1999 a été suspendu par le gouvernement régional bruxellois afin de favoriser le dialogue avec l’Etat fédéral.

La Région bruxelloise ne pourra pas adopter une position plus ouverte s’il n’y a pas d’annonce que le plan Anciaux ne constitue plus une référence.

02.10 Karine Lalieux (PS): Nous n’accepterons pas une démarche qui ne serait faite que par le gouvernement fédéral. Celui-ci doit aller vers Mme Huytebroeck.

02.11 Jean-Jacques Viseur (cdH): Vous dites qu’il est difficile de se parler quand des procédures sont lancées.

Mais des couples divorcés peuvent se réconcilier. Si vous prenez le plan Anciaux comme base des discussions avec la Région bruxelloise, vous n’y arriverez pas. Il faut définir une base simple sur laquelle on puisse dialoguer.

L'incident est clos.

Wake Up Kraainem <contact@wakeupkraainem.be>